Zaterdagavond. Normaliter sta ik in de discotheek om foto’s van stappende mensen te maken. Een geweldig baantje al zeg ik het zelf. Ik ben onder de mensen, doe wat ik het liefst doe en kan ook nog eens gratis drinken. Win-win-win, al zeg ik het zelf. Maar omdat ik morgenochtend vroeg moet opstaan voor shoots, heb ik besloten een nachtje werken over te slaan.
Vanmiddag had ik een shoot, dus ik besluit vol goede moed de foto’s te editen. Ik heb een manier gevonden om foto’s te bewerken zodat de flow wat sneller gaat, namelijk het zoeken van een playlist op Spotify waar je klassieke muziek in kunt vinden. Terwijl de foto’s importeren en La Valse D’Amelie uit mijn speakers galmt, werp ik een blik op mijn tafel. De wit met gouden wierookbrander geeft een mooi contrast op mijn zwarte tafel, maar de houder is nog leeg. Ik wist niet dat ik wierook in huis had, maar toen ik gisteren naar blarenpleisters zocht in mijn medicijnenla, vond ik toch nog een setje. Ik haal de laptop van mijn schoot en vervolg mijn weg naar de keuken om wierook te halen. Ondertussen vind ik een wasmand met schone was. Deze kan rechtstreeks naar de kast. Terwijl ik mijn blik erop werp, bedenk ik me dat ik de kookwas nog wel snel kan draaien en loop in plaats van naar de medicijnla naar de wasmachine. De wasmachine ligt bezaaid met schroefjes en boren, omdat ik nog een kastje in de onlangs gerenoveerde badkamer moet ophangen. Dat ding is hufterzwaar, dus ik moet nog een geschikte kandidaat vinden om het met mij op te hangen. Vorige week was het geen succes met mijn buurmeisje, inmiddels goede vriendin Bente, dus we gaan zien wie ik hiervoor optrommel. Ik haal de spullen van de wasmachine en leg het in de douche neer, uit het zicht. Iets met ‘wat je niet ziet is er niet’.
Terwijl ik de spullen neerleg, zie ik dat ik de plinten van de deur nog steeds niet heb afgemaakt. Telkens wanneer ik op het toilet zit, stoor ik me eraan. Ook is de spiegel in de woonkamer vies bedacht ik me, dus ik ga vol goede moed opzoek naar een schoonmaakmiddel om spiegels mee schoon te maken. Terwijl ik mijn schoonmaakkastje induik, vind ik zwarte verf en kwasten. Ha, ik ga zo de plinten verven. Leuk, is het helemaal niet te laat voor. Het voordeel van op jezelf wonen is dat je kunt doen wat en wanneer je wilt, dus why not? Oh, ondertussen nog even de de trommel van de wasmachine voorzien van handdoeken en mijn beddengoed, de kookwas draait.
Ik maak daarna de spiegel schoon en zet het schoonmaakmiddel terug in de kast. Ik vervolg mijn weg naar de badkamer en besluit vol goede moed de plinten te verven. Het is geen groot succes, ik vermoed dat ik dit drie keer over zou moeten verven. Gelukkig heb ik ergens nog een spuitbus met zwarte verf, dit gaat een stuk sneller. Liever lui dan moe. Waarom moeite doen als het sneller kan? De gassen slaan alleen direct op mijn longen en ik krijg hoofdpijn. Omgekeerde wereld, ik had eerst het raampje open moeten zetten, maar ach. Ik maak het voor de helft af en besluit morgen een nieuwe spuitbus te halen. Ik zet het op mijn to-do list. Of ik er morgen aan toekom zien we dan wel weer.
Inmiddels zit ik weer op de bank en zit er nog geen wierook in de brander. De foto’s zijn voor de helft ge-edit, de was draait weliswaar wél en de plinten zijn voor de helft gedaan. En de was? Die ligt nog op dezelfde plek, braaf in de wasmand.
Be First to Post Comment !
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.